Stoornissen van cognitie en gedrag

Intelligentie

Gemiddeld over groepen kinderen met een craniofaryngeoom ligt de intelligentie in het normale gebied. Na operatie en niet-stereotactische, (zie Ziektebeschrijving Hersentumoren) bestraling neigt het totale intelligentiequotiënt (IQ) tot daling. Althans ten dele wordt deze toegeschreven aan neurologische en radiologische complicaties zoals hersenbeschadiging door vaatletsel tijdens operatie of door bestraling (Merchant et al., 2002; Taphoorn et al., 2000).

Andere cognitieve functies

Kinderen hebben een laag werktempo, een verhoogde afleidbaarheid en onvoldoende concentratie. In het dagelijks leven ondervinden ze moeite met zich herinneren van namen en overbrengen van verhalen en berichten (Waber et al., 2006; Poretti et al., 2004).

Gedrag

Een variabel percentage adolescenten lijdt onder obsessieve eetzucht. Bepalend is de (mate van) beschadiging van de hypothalamus door tumor en/of behandeling. Het onbeheersbare en overmatige eten gaat gepaard met buitensporige toename van het lichaamsgewicht (Jennekens-Schinkel & Jennekens, 2008). De drang en dwang tot bemachtiging van voedsel kunnen leiden tot diefstal en ernstige sociale problemen. Een minderheid heeft een verhoogde slaapbehoefte overdag. Als de hypothalamus niet is beschadigd en als de bestraling zo strikt mogelijk kan worden beperkt tot de tumor zijn latere gedragsproblemen gering, zo blijkt uit beoordelingen door ouders (Dolson et al., 2009).